Te kort betekent gedoe tijdens het zeilen, te lang kan leiden tot rommel aan dek en onnodige slijtage. Gelukkig zijn er handige vuistregels waarmee je snel kunt berekenen hoeveel lengte je ongeveer nodig hebt. Zie ze vooral als een startpunt: elke boot is anders, en de beste methode blijft altijd om je oude lijnen op te meten voordat je nieuwe aanschaft. Wanneer je lijnen aan boord gaat vervangen, wil je natuurlijk zeker weten dat je de juiste lengte kiest.

Hieronder vind je een overzicht van praktische richtlijnen voor vallen, schoten, trimlijnen én landvasten. Gebruik ze als naslag of checklijst wanneer je je tuigage gaat vernieuwen.

Vallen – hoe lang moeten ze zijn?

De lengte van een val wordt grotendeels bepaald door de mastlengte en de route die de lijn aflegt over blokken, door stoppers en richting kuip. Een eenvoudige basisregel is:

  • Grootzeilval: mastlengte × 2,5
  • Genuaval / kluiverval: mastlengte × 2,5
  • Vallen op een 7/8-tuig: vaak genoeg aan mastlengte × 2
  • Spinnaker- of gennakerval: mastlengte × 2,5
  • Kraanlijn: mastlengte × 2,5 (of × 2 bij 7/8 tuig)

Schoten – welke lengte kies je?

Schoten verschillen sterk per type zeil en beslag aan boord. Toch kun je met een paar vuistregels vrij snel een goede indicatie bepalen:

  • Grootschoot: gieklengte × (vertraging + 1) De vertraging is het aantal parten in je grootschootsysteem.
  • Genuaschoot: bootlengte × 1 tot 1,5
  • Kluiverschoot: bootlengte × 1,5 tot 2
  • Spi-loefschoot / tacklijn: bootlengte × 2
  • Spi-lijschoot / gennakerschoot: bootlengte × 2 tot 2,5
Wat is de juiste lengte voor de lijnen aan boord?

Landvasten, ankerlijnen en trimlijnen

Goed afmeren van je zeilschip begint met voldoende lengte. Hou voor standaard landvasten aan:

Landvast: bootlengte × 1,5

Het is slim om minimaal vier goede landvasten aan boord te hebben: twee van 1,5x keer de bootlengte en twee van ongeveer 1x de bootlengte. Let op als je bijvoorbeeld langszij tegen meerdere boten of aan hoger wal afmeert, vraagt dat soms extra lange lijnen.
Voor je thuishaven loont het om landvasten exact op maat te laten splitsen. Slijtageplekken kunnen meteen worden voorzien van beschermhoezen of RVS-kousen. Ook voor het splitsen van de lijnen ben je bij ons op het juiste adres.

Voor ankerlijnen geldt:

Ankerlijn: maximale waterdiepte × 5
Zo houd je onder vrijwel alle omstandigheden voldoende ketting- en lijnhoek.

De trimlijnen, compact maar functioneel

Trimlijnen lijken kort, maar hebben vaak een flinke weg af te leggen door blokken en klemmen. Deze richtlijnen helpen je op weg:

  • Bulletalie: bootlengte × 1,5
  • Cunningham: gieklengte × 1
  • Genua-verstelling: rail-lengte × (vertraging + 1)
  • Neerhouder: gieklengte × 2
  • Onderlijkstrekker: gieklengte × 2
  • Overloop: rail-lengte × (vertraging + 1)
  • Rolfoklijn: bootlengte + onderlijklengte
  • Sleeplijn: minimaal bootlengte × 5
  • Smeerreep rif 1: gieklengte × 2,5
  • Smeerreep rif 2: gieklengte × 3
  • Spi-boom neerhouder: bootlengte × 1,5
  • Spi-boom ophouder: mastlengte × 2
Wat is de juiste lengte voor de lijnen aan boord?